Een tweede monitor instellen op Windows is meestal eenvoudig. Je sluit het scherm aan, kiest de juiste beeldmodus en controleert daarna de positie en resolutie. Met een paar extra instellingen zorg je ervoor dat je muis logisch van het ene naar het andere scherm beweegt.
In deze handleiding lees je stap voor stap hoe je dat doet. De uitleg is geschikt voor Windows 10 en Windows 11. De namen van knoppen kunnen per versie of computer iets verschillen.
Controleer eerst je aansluitingen
Voordat je een tweede monitor aansluit, controleer je welke aansluitingen je computer en monitor hebben. Veelvoorkomende aansluitingen zijn HDMI, DisplayPort, USB-C en soms DVI of VGA.
De aansluiting aan beide kanten moet bij elkaar passen. Heeft je computer bijvoorbeeld DisplayPort en je monitor HDMI, dan heb je een geschikte kabel of adapter nodig. Gebruik bij voorkeur een directe verbinding. Een extra verloopstuk kan handig zijn, maar vormt ook een mogelijk probleem als het niet goed werkt met jouw apparatuur.
Controleer ook of je computer meerdere beeldschermen ondersteunt. Bij een desktop kijk je aan de achterkant van de computer naar de beschikbare poorten. Bij een laptop zitten de aansluitingen meestal aan de zijkant. Een laptop kan soms een tweede scherm rechtstreeks aansturen, maar bij sommige modellen heb je een dockingstation of geschikte USB-C-aansluiting nodig.
Sluit de tweede monitor aan
Zet de monitor en je computer uit als je dat prettig vindt. Sluit daarna de videokabel aan op de juiste poort. Verbind vervolgens de andere kant met de monitor. Heeft het scherm een eigen stroomkabel, sluit die dan ook aan.
Zet eerst de monitor aan en daarna de computer. Veel schermen kiezen automatisch de juiste bron. Gebeurt dat niet, open dan het menu van de monitor en selecteer handmatig de gebruikte aansluiting, zoals HDMI of DisplayPort.
Windows herkent een nieuw scherm vaak vanzelf. Zie je direct beeld, dan kun je doorgaan met de verdere instellingen. Blijft het scherm zwart, controleer dan eerst de kabel, de gekozen bron op de monitor en de aansluiting op de computer.
Tweede monitor instellen op Windows
Open in Windows de instellingen voor beeldschermen. Dat kan op verschillende manieren:
- Klik met de rechtermuisknop op een lege plek op het bureaublad en kies de instellingen voor beeldscherm.
- Open het Startmenu en ga naar Instellingen.
- Kies Systeem en open daarna Beeldscherm.
Bovenaan zie je meestal rechthoeken met de nummers van je schermen. Windows gebruikt deze nummers om de monitoren van elkaar te onderscheiden. Klik op Identificeren als je wilt zien welk nummer bij welk scherm hoort.
Wordt de tweede monitor niet getoond? Kies dan voor Detecteren. Windows zoekt vervolgens opnieuw naar aangesloten beeldschermen. Werkt dat nog steeds niet, controleer dan de kabel en probeer eventueel een andere poort.
Kies de juiste beeldmodus
Windows biedt meerdere manieren om je schermen te gebruiken. Druk op de Windows-toets en de P-toets om het snelle menu voor projecteren te openen. Je krijgt meestal deze opties:
- Alleen pc-scherm gebruikt alleen het hoofdscherm.
- Dupliceren toont op beide schermen hetzelfde beeld.
- Uitbreiden maakt van beide schermen één groter werkgebied.
- Alleen tweede scherm gebruikt uitsluitend de extra monitor.
Voor normaal werken met twee schermen kies je meestal voor Uitbreiden. Je kunt dan bijvoorbeeld een browser op het ene scherm openen en een tekst, spreadsheet of video op het andere scherm plaatsen. Dupliceren is vooral handig als iemand anders hetzelfde beeld moet kunnen zien, bijvoorbeeld tijdens een presentatie.
Orden de schermen op je bureau
De volgorde van de schermen in Windows moet overeenkomen met de echte opstelling. Staat je tweede monitor rechts van je hoofdscherm, sleep het schermpictogram dan naar rechts. Staat hij links, sleep het pictogram naar links.
Je kunt de schermen ook iets hoger of lager plaatsen. Dat is nuttig als de bovenranden van je fysieke monitoren niet precies gelijk staan. Klik daarna op Toepassen en test de beweging van je muis.
Beweegt de muis logisch van links naar rechts, dan staat de indeling goed. Komt de aanwijzer op een onverwachte plek terecht, pas de positie in de instellingen opnieuw aan. Dit lijkt een kleine instelling, maar maakt dagelijks werken een stuk prettiger.
Kies je hoofdscherm
Je hoofdscherm is het scherm waarop Windows meestal het Startmenu, meldingen en nieuwe vensters opent. Wil je een ander scherm als hoofdmonitor gebruiken, klik dan in de beeldscherminstellingen op dat scherm.
Vink daarna de optie aan waarmee je het gekozen scherm als hoofdbeeldscherm instelt. De precieze tekst kan per Windows-versie verschillen. Je hoeft de monitor niet fysiek op een andere plek aan te sluiten. Windows gebruikt vanaf dat moment de nieuwe keuze.
Kies als hoofdscherm meestal de monitor die recht voor je staat of waarop je het meeste werkt. Zo hoef je je hoofd en ogen minder vaak te draaien.
Stel de resolutie goed in
De resolutie bepaalt hoeveel beeldpunten Windows gebruikt. Een hogere resolutie kan zorgen voor een scherper beeld, maar alleen als de monitor dit ondersteunt. Windows kiest vaak automatisch een passende instelling.
Selecteer in de beeldscherminstellingen het juiste scherm en open het onderdeel voor beeldschermresolutie. Kies bij voorkeur de instelling die Windows als aanbevolen aangeeft. Een verkeerde resolutie kan tekst wazig maken of ervoor zorgen dat delen van het beeld niet goed zichtbaar zijn.
Let ook op de schaal. Daarmee maak je tekst, pictogrammen en vensters groter of kleiner. Op een scherm met een hoge resolutie kan een iets grotere schaal prettiger lezen. Pas deze instelling per monitor aan als de schermen verschillende afmetingen of resoluties hebben.
Controleer de vernieuwingsfrequentie
De vernieuwingsfrequentie bepaalt hoe vaak het beeld per seconde wordt ververst. Voor kantoorwerk is de standaardinstelling vaak voldoende. Een hogere instelling kan op sommige schermen zorgen voor een vloeiender beeld, maar de computer, kabel en monitor moeten die instelling wel ondersteunen.
Open de geavanceerde beeldscherminstellingen en selecteer de gewenste monitor. Zoek daar naar de vernieuwingsfrequentie. Kies een beschikbare instelling die bij het scherm past. Zie je flikkeringen of valt het beeld weg na een wijziging, ga dan terug naar de vorige instelling.
Maak werken met twee schermen makkelijker
Met de juiste sneltoetsen verplaats je vensters snel. Gebruik de Windows-toets samen met de pijltjestoetsen om een venster aan een kant van het scherm vast te zetten. Met Windows en Shift plus een pijltjestoets kun je een actief venster naar een ander scherm verplaatsen.
Je kunt vensters ook gewoon naar de rand van het ene scherm slepen. Windows helpt dan vaak met het verdelen van de beschikbare ruimte. Gebruik je regelmatig dezelfde programma’s, dan helpt het om vooraf een vaste indeling te kiezen. Zet bijvoorbeeld je communicatieprogramma op het kleinere scherm en je belangrijkste werk op het scherm recht voor je.
Wil je op beide monitoren een taakbalk zien, controleer dan de taakbalkinstellingen. Daar kun je vaak bepalen op welke schermen de taakbalk verschijnt en hoe knoppen van geopende programma’s worden weergegeven.
Veelvoorkomende problemen oplossen
De tweede monitor geeft geen beeld
Controleer of de monitor stroom krijgt en op de juiste bron staat ingesteld. Duw de kabel aan beide kanten opnieuw vast. Probeer daarna een andere kabel of een andere poort als die beschikbaar is.
Open ook de beeldscherminstellingen en klik op Detecteren. Werkt het scherm nog steeds niet, start de computer dan opnieuw op. Bij een laptop kan het nodig zijn om de juiste functie voor een extern scherm te gebruiken. Die functie staat soms op een functietoets met een pictogram van een monitor.
Het beeld staat op het verkeerde scherm
Open het projectiemenu met Windows en P. Kies Uitbreiden als je beide schermen afzonderlijk wilt gebruiken. Controleer daarna in de beeldscherminstellingen welk scherm als hoofdscherm is geselecteerd.
De muis gaat de verkeerde kant op
De schermindeling in Windows klopt dan waarschijnlijk niet met je fysieke opstelling. Sleep de schermen in de instellingen naar de juiste positie. Test de beweging na elke wijziging.
Tekst is wazig op één monitor
Controleer of de resolutie op de aanbevolen instelling staat. Kijk ook naar de schaalinstelling. Als één monitor een andere resolutie heeft, kan tekst daar groter of kleiner lijken dan op het andere scherm.
Het scherm knippert of valt soms uit
Een losse of beschadigde kabel is een veelvoorkomende oorzaak. Controleer ook of de gekozen resolutie en vernieuwingsfrequentie door de monitor worden ondersteund. Zet een gewijzigde instelling terug als het probleem daarna begon.
Let op je werkhouding
Een tweede scherm helpt alleen als je het goed plaatst. Zet het scherm waarop je het meeste kijkt recht voor je. Plaats het andere scherm ernaast en draai het licht naar je toe. De bovenkant van beide schermen staat bij voorkeur ongeveer op ooghoogte.
Vermijd fel licht achter je scherm en zorg dat er geen sterke reflectie op het beeld valt. Neem regelmatig korte pauzes en wissel af tussen kijken naar je scherm en kijken in de verte. Zo haal je meer voordeel uit je extra werkruimte zonder je werkplek onnodig zwaar te belasten.
Wanneer een tweede monitor niet de beste oplossing is
Een extra scherm is handig als je vaak informatie naast elkaar nodig hebt. Toch kan een groter scherm of een laptop met dockingstation soms beter passen bij je situatie. Denk na over de ruimte op je bureau, de aansluitingen van je computer en de manier waarop je werkt.
Heb je vooral behoefte aan meer leesruimte, dan kan het aanpassen van de schaal of het maximaliseren van vensters al voldoende zijn. Werk je vaak met meerdere programma’s tegelijk, dan biedt een tweede monitor meestal meer overzicht.
Met de juiste kabel, een logische schermindeling en de beeldmodus Uitbreiden kun je doorgaans snel aan de slag. Controleer daarna vooral de resolutie, de schaal en de positie van je schermen. Daarmee voorkom je de meeste problemen en maak je het werken met twee monitoren een stuk comfortabeler.
